Page images
PDF
EPUB

tarenfeest dat de paascheieren in China verschijnen: ook gedurende de periode van het koude eten ziet men ze op nieuw te voorschijn komen. Gedurende de háan-siét". n zegt de kroniekschrijver van Emoy (45), ziet men in de winkelstraten van de stad wveel met eendeneieren spelen. Men verft en beschildert ze met poppetjes, dieren, wbloemen en vogels, en meet naar de bewerking elkanders bekwaamheid af. Het is meen overblijfsel van den wedstrijd met kippeneieren gedurende de periode van het koude eten, waarvan de „Canon van de Kostbaarheden der Edelsteenen Kaars” melnding maakt.”

Laat ons, eer wij ertoe overgaan den oorsprong van de Paasch- en de háansiét eieren op te sporen, terloops erop wijzen dat de lichtjes, die de Chineesche kinderen in de eierschalen ontsteken, in verband met het feit dat zulks voornamelijk geschiedt op het Lantarenfeest, hetwelk onwederlegbaar aan de vereering van de herlevende voorjaarszon is gewijd, reeds het vermoeden wettigen, dat de paascheieren samenhangen met den dienst van de zon en van de Natuur, die door dit hemellicht in het voorjaar met groen en bloemen wordt getooid. Wij gaan verder.

In de wijsbegeerte van bijna alle volkeren der oude wereld is het Heelal voorgesteld geworden als een ei. Evenals hierin zich de mannelijke en de vrouwelijke voortbrengende kracht van het hoen hebben gemengd om door warmte het leven te schenken aan een nieuw individu, evenzoo werd het bekende wereldei der Magiërs geacht het mannelijk en het vrouwelijk beginsel der Natuur in zich te bevatten, dat is te zeggen hemel en aarde, licht en duisternis, zomerwarmte en winterkoude, goed en kwaad, in één woord: het geheele dualisme des Heelals. De Egyptenaren lieten er hunnen Zonnegod Osiris, de Hindoes hunnen Brahmâ en vervolgens hemel en aarde uit geboren worden; de Japaneezen laten het in stukken stooten door een stier, blijkbaar de voorstelling van het sterrenbeeld van dien naam, hetwelk ongeveer veertig eeuwen geleden het voorjaarspunt aan den hemel innam en, door zijne vereeniging met de zon, uit het wereldei alle nieuwe voortbreugselen der lente te voorschijn bracht. Dat die stier aldus nauw verwant is aan den Griekschen Bacchus, den Zonnegod met de hoornen van den stier, aan wiens voeten men het ei van Orpheus plaatste, zoowel als aan den Apis der Egyptenaren, springt terstond klaar en duidelijk in het oog. Het wereldei is, volgens Plutarchus, eene voorstelling van het Heelal, waarbinnen de voortbrengselen der Natuur worden uitgebroeid door de warmte van den Hemel. De Zonnegod zelve, Osiris of Bacchus, is eruit geboren, en als het hemellicht in zijn jaarlijkschen kringloop het sterrenbeeld den Stier bereikte, dan werd het wereldei geopend en traden alle voortbrengselen der Natuur eruit. Orpheus was het, naar men wil, die het begrip van het wereldei van Egypte overbracht naar het land der Grieken. Hij bouwde op hetzelve zijn stelsel van cosmogonie en nam een ongeorganiseerden chaos aan, die zich later vervormde tot het ei (46). Hoe nauwkeurig sluit zich bij deze

(*) Pet hoofdst. XV.
(") Verg. 0. a. Dupuis, „Traité des Mystères", deel III, sect. I.

[ocr errors]

wereldbeschouwingen de wijsbegeerte der Chineesche Oudheid aan! Kwan Tsze zeide,
zooals wij zooeven zagen, „dat de versierde eieren, die men ter viering van de len-
tezon bezigt, het zinnebeeld zijn van het opgestapelde verborgene goede in de Natuur,
hetwelk men door het aanwenden van warmte wenscht te doen te voorschijn komen
en naar alle kanten uit te strooien": -- de wereldbeschouwing van Plutarchus wil,
dat alle voortbrengselen der Natuur door de zon in het wereldei worden uitgebroeid.
En ander Chineesch schrijver zegt: „Ten tijde dat er nog geen hemel of aarde be-

stond was de chaos als een kippenei. De duisternis en de wateren begonnen zich
mte scheiden, de nevelen en de onmetelijke ruimte verdikten en verdeelden zich en

de jaarkring (der Natuur) ontstond”.....(47). Het boek van de Wetten van de
Omwentelingen des Hemels” (48) zegt het eveneens, dat de hemel is als een kippenei
ren de aarde tusschen de hemelen is ingeplaatst evenals het geel in het midden van
"het ei": - kan men dus in deze cosmogonische denkbeelden van de Oudheid niet
gemakkelijk den oorsprong van de paascheieren ontdekken?

Kwan Tsze, wiens woorden wij reeds twee malen hebben aangehaald, geeft den sleutel als hij zegt: „dat men eieren beschildert en kookt is om het opgestapelde ver» borgen goede der Natuur te doen te voorschijn komen, en al hare voortbrengselen » naar alle kanten uit te strooien.” Inderdaad, gedurende het koude jaargetijde heeft de Natuur als in een winterslaap verkeerd. Boomen en planten waren als afgestorven;

de zon was naar de zuidelijke hemispheren, naar den Tartarus, afgedaald en niets van wat de aarde en de Natuur in haren schoot verborg kon tot ontwikkeling komen. Doch nu breekt het voorjaar aan. Meer en meer nadert de zon onze noordelijke streken; de dagen beginnen langzamerhand te lengen en dagelijks wint het zonlicht veld, voet voor voet, op zijnen aartsvijand den geest der duisternis, die terugdeinst voor zijn toenemenden glans en kracht. Eindelijk treedt de zon (wij spreken 2000 jaren vóór Christus) op het tijdstip der lente-evening in het sterrenbeeld den Stier. De dagen behalen nu de overhand op de nachten en de Geest der Duisternis Typhon, Ahriman, Satan, Jin of hoe hij ook heeten moge, wordt voor goed ten onder gebracht en overwonnen: het zonlicht triomfeert en

over de gansche aarde werpt het nieuw een nieuw kleed van groen en bloemen. Het is alsof de Stier des hemels, die den toegang tot het noordelijk halfrond bewaakt daar waar de zonsweg den equator kruist, met zijne hoornen het wereldei verbrijzelt en den nieuwen Osiris eruit te voorschijn komen doet. Is het nu niet verklaarbaar waarom de Egyptenaren een ei plaatsten tusschen de hoornen van Apis, de Japarieezen in hunne zonnetempels een stier afbeelden die met den kop een ei verbrijzelt, en de Grieken het wereldei nederlegden aan de voeten van hun Zonnegod, hun Bacchus, afgebeeld met de hoornen van den stier ?

[merged small][ocr errors]

leven en

(“?) Zie de Annalen van de drie en de vijf Dynastiën" 五歷紀 door Soe Tsjing Papeterie, aangehaald in de Encyclopedie »Spiegel en Bron van alle Onderzoek”, hoofdst. I.

(二)渾天儀注,

[ocr errors][ocr errors]

Ziehier dan in de bonte paascheieren de afspiegeling, het zinnebeeld van dit verschijnsel der Natuur, waarin het beroemde wereldei zulk een groote rol vervult. De roode, groene en gele kleuren, waarmede èn Chineezen èn Europeanen hunne voorjaarseieren bemalen, kunnen niets anders zijn dan een zinnebeeldige voorstelling van het nieuwe kleed van groen en bloemen, met hetwelk de aardbodem zich in de lente overdekt (*). Nog bestaat in Europa de gewoonte om hardgekookte paascheieren in de hand te nemen en tegen elkander stuk te stooten in navolging van hetgeen de hemelsche Stier in de lente deed ten aanzien van het wereldei. En dat de paascheieren ten nauwste verwant zijn aan den dienst van het zonlicht, dat uit het wereldei geboren wordt, en bijgevolg ook aan de paaschvuren, die de zinnebeeldige voorstellingen van dat zonlicht zijn: dit blijkt nog duidelijker wanneer men ziet hoe de kinderen in China de eieren ledigen, in de geverfde schaal een lichtje plaatsen en aldus op hunne manier medewerken tot opluistering van het Lantaren-, dat is het Zonnefeest.

Doch nu blijft nog de vraag waarom men, blijkens de Chineesche werken die wij hebben aangehaald, vroeger kippeneieren gebruikte, en geen cendeneieren zooals

Ook hieraan ligt eene verklaarbare reden ten grondslag, die wij zullen trachten op te sporen. De haan is sinds de alleroudste tijden in China het zinnebeeld geweest van de zon, wier opkomst hij met luider stemme begroet. De haan is het zinnebeeld „van de opeengehoopte zonnewarmte en van het Zuiden”, zegt een Chineesch schrijver (50) wen daarom kraait hij als de zon opkomt om haar te begroeten en op te wek

ken. En niet alleen is hij het symbool van de dagelijks opkomende morgenzon, maar ook van de jaarlijksche die in het voorjaar rijst en in het najaar declineert. De lente is de morgen van het jaar, en de haan, als symbool van den morgen, dus ook het zinnebeeld van de lente: vandaar dat men oudtijds op Nieuwjaar, dat is ор

den dag die de lente opent, een haan boven de deuren plaatste. Dit gebruik, dat, voor zoover ik heb kunnen nagaan, in zuidelijk Foehkjen niet in zwang is, vindt men wederom bewaard in den Kalender van King-Tsjhoe (51). Het boek zegt, dat men er mede ten doel had spoken te verjagen, en inderdaad: gelijk bij ons het volk gelooft

nu.

(**) Hyde zegt; dat in het Noorden van Engeland de paascheieren, na hardgekookt te zijn, worden gekleurd met het sap van kruiden, heidebloemen enz. In de omstreken van New-Castle worden zij geel geverfd met de Lloesems van de dorenbrem (furze). Verg. Brand, „Observations on popular Antiquities”, bladz. 91.

(") Zie de „Besprekingen en Discussies over de Lente en den Herfst !

. Dat de haan ook bij de oude Grieken gewijd was aan de zon is hoogst waarschijnlijk, aangezien Socrates een haan offerde aan Esculapius, den Zonnegod met de attributen van de slang (verg. onze verhandeling over den 23sten van de derde maand, § 2). Bij de oude Perzen was hij zulks niet minder, en derhalve onthielden dezen zich, als aanbidders van het zonnevuur, van het eten van zijn vleesch : - Clavel, „Histoire des Réligions”, IV, I. (61) Ook in de Encyclopedie » Vermeerderde en verbeterde Schatkamer van allerliande Dingen", reeds meermalen aangehaald, hoofdst. V, 元且,

dat het kraaien van den haan, die den dageraad aankondigt, kwade geesten verdrijft, daar deze immers het daglicht niet kunnen verdragen (52), eveneens gelooft het volk in China dat de haan spoken verjaagt. Wij zullen op dit onderwerp terugkomen bij onze behandeling van den laatsten dag van het jaar. Zeer rationeel is ook de verklaring, die de Navorscher van de Zeden en Gewoonten” (53) van dit volksgebruik geeft. Dit boek zegt: „Als de haan kraait dan zal het morgen worden en hij regelt "dus 's menschen werken en rusten. De deuren worden ook tegen den avond geslorten en 's morgens geopend, en daarom plaatst men een haan aan de deur”. En verder: „De haan is een offerdier, dat gewijd is aan het Oosten. Op het einde van rhet jaar begint men wederom de landbouwwerkzaamheden te verrichten en te regelen, ren de geheele Natuur stoot dan de deuren (der productie) open en komt te vooruschijn: daarom offert men een haan".

een haan”. -- Nieuwjaarsdag was dan ook in China aan dit dier gewijd en alsdan slachtte men geen hoen, ja zelfs onthield men zich gedurende de eerste zeven dagen van het jaar van het eten van kippenvleesch (54). Ten nauwste in verband met deze beschouwingen en begrippen omtrent de betrekking van den haan tot het zonlicht en de lente staat ongetwijfeld de gewoonte die alweder in den Kalender van King-Tsjhoe is bewaard en ons in zeker opzicht tot de paascheieren terugvoert, namelijk het eten van een kippenei op Nieuwjaarsdag. De „Beschrijving van de plaatselijke Gebruiken” (55) aanhalende, zegt het genoemde werk: „Zoodra de "morgenstond op Nieuwjaarsdag aangebroken is verzwelgt men een kippenei en noemt rzulks whet lichaam koken” (56)”. evenals men ruwe zijde kookt om ze geschikt

[ocr errors]

(*) Bernardo: It was about to speak, when the cock crew.
Horatio : » And then it started, like a guilty thing,
Upon a fearful summons.

I have heard,
The cock, that is the trumpet to the morn,
Doth with his lofty and shrill-sounding throat
Awake the God of day; and, at his warning,
Whether in sea or fire, in earth or air,
The extravagant and erring spirit hies,

To his confine...
Marcellus: It faded on the crowing of the cock,

Some say that ever 'gainst that season comes
Wherein our Saviour's birth is celebrated,
This bird of dawning singeth all night long :
And then, they say, no spirit dares stir abroad........

Shakespeare, „Hamlet”, I.
In den nacht van Christus geboorte, waarop hier gezinspeeld wordt (25 December), is het
wintersolstitium geëindigd en wordt dus ook het zonlicht herboren, waarvan de haan het zinnebeeld
is; van daar de vrees der spoken, waarvan Marcellus spreekt.

(*) Hoofdstuk VIII. Dit werk, hetwelk wij elders reeds eenige malen hebben aangehaald (zie o. a. bladz. 119, noot 21), dateert uit de tweede eeuw van onze jaartelling.

(6) Vide Kalender van King-Tsjhoe.
(7) 風土記 (*) 練形,

te makeu tot bewerking (57). Zou hierin niet eveneens eene navolging der Natuur verscholen liggen? Ook deze ontvangt nieuwe warmte van het zonlicht, het welk vereenzelvigd is met den haan en uit het wereldei nieuwe groeikracht, bloei en leven doet te voorschijn komen: zou de mensch dan ook niet trachten dien groei en bloei in zich op te nemen door een kippenei te verzwelgen als zinnebeeld van dat wereldei, waarin alle voortbrenging en leven is gezeteld?

Ziehier dus een gebruik dat van de Atlantische kusten tot den Stillen Oceaan toe wordt gevonden, en derhalve verbreid is over meer dan een derde van den omtrek van de wereld (58). De veronderstelling, die reeds onmiddelijk voor de hand ligt,

($) Het letterteeken 練 beteekent namelijk het koken van de cocons, opdat zij gemakkelijker kunnen ontsponnen worden.

(58) Ten einde eenigzins een denkbeeld te geven van de kolossale uitbreiding, die bet gebruik van paascheieren over de wereld heeft genomen, geven wij hier, bij wijze van uittreksel, een overzicht van het desbetreffende hoofdstuk in Brand's „Observations on popular Antiquities” (bladz. 89). Hut' chinson, in his History of Northumberland, speaking of Pasche eggs, says: Eggs were held by the Egyptians as a sacred emblem of the renovation of mankind after the Deluge. The Jews adopted it to suit the circumstances of their history, as a type of their departure from the land of Egypt; and it was used in the feast of the Passover as part of the furniture of the table, with the Paschal Lamb”...

Le Brun, in his Voyages, tells us that the Persians, on the 20th of March 1704 kept the Festival of the Solar New Year, which he says lasted several days, when they mutually presented each other, among other things, with coloured eggs..

Father Carmeli, in his History of Customs, tells us that, during Easter and the following days, hard eggs, painted of different colours, but principally red, are the ordinary food of the season. In Italy, Spain, and in Provence, says he, where almost every ancient superstition is retained, there are in the public places certain sports with eggs. This custom he derives from the Jews, or the Pagans, for he observes it is common to both.

The Jewish wives, at the Feast of the Passover, upon a table prepared for that purpose, place hard eggs, the symbols of a bird called Ziz, concerning which the Rabbins have a thousand fabulous accounts.

Hyde, in his Oriental Sports (1694), tells us of one with eggs among the Christians of Mesopotamia on Easter Day and forty days afterwards, during which time their children buy themselves as many eggs as they can, and stain them with a red colour in memory of the blood of Christ, shed as at that time of his crucifixion. Some tinge them with green and yellow. Stained eggs are sold all the while in the market. The sport consists in striking their eggs one against another, and the egg that first breaks is won by the owner of the egg that struck it. Immediately another egg is pitted against the winning egg, and so they go on, till the last remaining egg wins all the others, which their respective owners shall before have won.....

On Easter Eve, in Cumberland and Westmoreland, and other parts of the north of England, continues Hyde, boys beg eggs to play with, and beggars ask for them to eat. These eggs are hardened by boiling, and tinged with the juice af herbs, broom'flowers, etc. The eggs being thus prepared, the boys go out and play with them in the fields.....

Chandler, in his Travels in Asia Minor, gives the following account of the manner of celebra. ting Easter among the modern Greeks: A small bier, prettily deckt with orange and citron buds, jasmine, flowers, and boughs, was placed in the church, with a Christ crucified, rudely painted on board, for the body. We saw it in the evening, and, before daybreak, were suddenly awakened by

« PreviousContinue »