Page images
PDF
EPUB

lang en drie duim breed zijn, dat is, ongeveer dezelfde afmetingen hebben, die zij tegenwoordig nog bezitten.

men

IV. St. Janskruiden enz. in Europa. Nu wij aldus in de voorgaande regelen eenige gewoonten en gebruiken hebben geschetst, die de Chineezen van Emoy op den 5den van de vijfde maand in acht nemen, blijft ons nog over te onderzoeken of ook dergelijke gebruiken met de bijgeloovige begrippen, die er aan vastkleven, tot in het Westen kunnen worden opgespoord. Een zwakke poging in dien geest zal zal het uit de volgende regelen ontwaren -- met eenig resultaat worden bekroond en aantoonen, dat wij Europeanen in de eerste plaats alles behalve het recht hebben den Chineezen, die aan planten bezwerende krachten toekennen, hun bijgeloof te verwijten, wanneer men ziet, dat het volk bij ons even goed gelooft dat groene takken en bloemen geluk aanbrengen en na leelige invloeden der onzichtbare wezens, keeren. En het allerminst hebben tot zulk een verwijt de Christenen het recht, wier priesters nog in de 16de eeuw j.almtakken wijddun om den duivel te bezweren en zijne aanvallen af te wenden. Men leest bij voorbeeld in the Doctrine of the Masse", een werk uit het jaar 1554 dat over het wijden van water, brood , kaarsen , asch, vuur en dergelijke dingen handelt:

When the Gospel is ended, let ther follow the halowing of flowers and „braunches by the priest, being araied upon the thyrde step of the Altere, turning „ him toward the South: the Palmes wyth the flowers being fyrst laied aside apon »the Altere for the Clarkes, and for the other upon the steppe of the Altere on the „South syde.” Prayers

„I conjure the, thou Creature of Flowers and Braunches, in the name of God »the Father Almighty, and in the name of Jesu Christ hys Sonne our Lord, and win the vertue of the Holy Ghost. Therfore be thou rooted out and displaced from this Creature of Flowers and Braunches, al thou strength of the Adversary, al thou Host of the Divell, and althou power of the enemy, even every assault of Divells, that thou overtake not the foote-steps of them that haste unto the Grace of God.... „Amen" (68)

In het midden van den zomer de huizen met groene takken op te sieren is overigens eene gewoonte, die ook bijna alom door Europa is verspreid. Zoo zegt Stow in zijn Survey of London,” dat op St. Johannesdag (24 Juni) iedere deur was overschaduwd door een berketak, lange venkel, St. Janskruid, smeerwortel, witte lelies, kransen en bloemen, en verlicht met glazen olielampjes gedurende den nacht. Men herkent hier in den berketak eenigzins den wilge- en vijgetak van het Chineesche

(86) Brand, Observations on popular Antiquities,” bladz. 64.

Zomerfeest, doch buitendien ook in de sterk riekende venkel den kalmoes en den look, die de bewoners van Emoy in het midden van den zomer aan de deuren hangen.

Nutteloos zou het wezen en weinig bijdragen tot het doel, in dit werk beoogd, 200 wij, ten einde den lezer het vergelijken gemakkelijk te maken, de tallooze vormen gingen opsommen, die het Johannesgroen in Europa aangenomen heeft. Hij die in het onderwerp belang stelt, opene slechts het zoo nauwkeurige en streng wetenschappelijke werk van Dr. Mannhardt over Baumkultus der Germanen und ihrer Nachbarstämme," en zal voor zich zelf kunnen uitmaken, welke plaats aan de zomerkruiden der Chineein de plantenmythologie der volkeren behoort te worden ingeruimd. Laten wij ons dus bepalen tot de vermelding op gezag van Mannhardt van den zomerstaak, die met een haan, het zinnebeeld van de zon, in top, in Zweden en Noorwegen op den St. Jansdag allerwege wordt opgericht en in nauw verband tot het groen en de bloemen staat, waarmede te gelijker tijd alle kamers en huizen , zoowel op het platteland als in de steden, worden versierd ; – van den boom, die, zoowel op den eersten Meidag als ор Pinksteren en het St. Johannesfeest, in de Duitsche, West-Slavische, Engelsche , Fransche en andere Keltische en Germaansche landschappen wordt ingehaald en opgesteld en steeds onafscheidelijk schijnt verbonden te wezen met het groen, dat aan deuren en op daken wordt geplaatst om de koeien meer melk te doen geven en de heksen te verdrijven. Bij de meeste volken van het Westen knoopen zich zoowel de boom als de kruiden van St. Jan aan den Meiboom en het Meigroen vast, weken van te voren zulk een groote rol vervulden (69) en zonder twijfel op hunne beurt weer samenhangen met het groen en de bloemen, die men in China op den dag van het Gravenfeest (79) in de huizen en zich in de haren steckt.

In sommige streken van Rusland, zegt de Gubernatis (74), plaatst men kruiden, die in den St. Jansnacht zijn verzameld, op de daken van de huizen, in het bijzonder van de stallen, ten einde kwade geesten te weren. Want de kruiden van St Jan verjagen alle demonen (72), vooral de artemisia (Fr. armoise, het wherbe de St. Jean"? bij uitstek), die door de bewoners van Picardië, evenals door de Chineezen op hun Zomerfeest, met meer andere gewassen in de deuren van stallen en huizen wordt gesto

die eenige

ken (73).

Om nu nog eenige oogenblikken bij diezelfde artemisia te verwijlen: reeds merkten wij bij noot 59 op, dat de Chineezen dit gewas op den 5den van de vijfde maand inzamelen, in het vaste geloof dat juist op dien dag zijn genezende kracht haar toppunt bereikt. Nog wezen wij er op, dat artemisia ter wering van besmettelijke ziekten en kwalen van allerlei aard door dat volk op denzelfden dag in de deuren en vensters van het huis en door de vrouwen en kinderen in de haren wordt gestoken : - laat ons thans nagaan of zij niet in alle opzichten bijna dezelfde rol in

(9) Mannhardt, III, 9 4 en volg.
(") Boven, bladz. 194 en volg.; bladz. 190.
(") "La Mythologie des Plantes, ou les Légendes du Règue Végétal,” I, bladz. 187.
(12) Ibid. bladz. 191.
(*) Ibid. bladz. 189.

Europa speelt. Vast en stellig wordt aldaar verzekerd, dat op den St. Johannesdag onder den wortel van de artemisia een kool te vinden is, die den drager tegen pest, puisten, bliksem, koorts en brand beveiligt en zóó heilzaam werkt, dat men nooit iemand over ziekte zal hooren klagen, die die wonderbare delfstof bij zich draagt. Het is Brand, die verschillende schrijvers aanhaalt, welke melding maken van dit merkwaardige staaltje van volksgeloof, en op gezag van een hunner de volgende verklaring geeft, die blijkbaar op allezins aannemelijke gronden berust. For the falling sickness” zoo schrijft hij - "some ascribe much to coals pulled out on St. John Baptist's Eve from under " the roots of mugwort; but those authors are deceived, for they are not coals, but rold acid roots, consisting of much volatile salt, and are almost always to be found " under mugwort: so that it is only a certain superstition that those old dead roots wought to be pulled up on the Eve of St. John Baptist, about twelve at night" (14). Zoo ziet men dus, dat zoowel in China als Europa de artemisia wordt ingezameld in het midden van den zomer, als wanneer zij geacht wordt het krachtigst te werken; dat men in beide werelddeelen gelijkelijk gelooft, dat zij in staat is ziekte en onheil af te wenden en daarom in de deuren wordt gestoken en op het lichaam gedragen ; eindelijk dat zij zoowel in het Verre Oosten als in Europa des nachts wordt ingezameld. Immers hebben wij het op bladz. 268 doen uitkomen, dat volgens den Kalender van King-Tsjhoe de plant vóór het kraaien van den haan geplukt werd !

Door het steken van artemisia in het haar wordt men vlug ter been en sterk”, zeggen de Chineezen (zie bij noot 62): :- rindien een voetganger 's morgens artemisia in zijne schoenen doet, dan kan hij nog vóór den middag veertig mijlen afleggen zonder moede te worden,” zegt Cole in zijn „Art of Simpling" (75).

Ongetwijfeld inderdaad zit zoowel in Europa als in China ten aanzien van de takken en planten, die men in het midden van den zomer zulk een groote rol doet spelen, het bijgeloof voor, dat zij geluk aanbrengen door kwade geesten af te weren. Zoo geeft Scot in zijne „Discovery of Witchcraft” in ronde woorden den raad om twijgen, op den dag van het zomersolstitium gewijd, aan de staldeuren te hangen tot wering van hekserijen (16). Ook de aanhaling uit het werk van Clavel, die op bladz. 223 van ons eerste deel is ingelascht en waarin met zulke duidelijke woorden de rol van de St. Janskruiden in Frankrijk wordt geschetst, moge dit ten overvloede nog bevestigen en staven.

Vroeger hebben wij doen zien, dat de wilg in China het symbool van levenskracht is, mede romdat hij zeer buigzaam is en zacht en, al plant men bem vertikaal, in schuinsche richting of onderst boven, toch gemakkelijk groeit" (""). Wij hebben ook op bladz. 268 aangestipt, dat hij met den kalmoes gewijd is aan de zomerzon, die in de vijfde maand het toppunt van haar kracht bereikt en de gansche Natuur met levenskracht bezielt. Wij hebben eindelijk op bladz. 261

(") Brand, op. cit., bladz. 183. (15) Ibid. bladz. 750.
(*) Ibid. bladz. 183. ("?) Bladz. 201.

[ocr errors]

om

doen uitkomen, dat de zucht om die levenskracht in te roepen over het gezin waarschijnlijk de reden is, waarom men op het Zomerfeest amuletten snijdt van wilgenhout en wilgetakken in de huisdeur steekt: -- nu dan, de sporen van overeenkomstige begrippen vindt men inderdaad in Europa terug, doch ten opzichte van een andere plant. In Lyte's vertaling van Dodoen’s Herball (1578) leest men : , Orpyne (smeerwortel). –

The people of the countrey delight much to set it in pots and shelles on Midsummer » Even, or upon timber, slattes or trenchers, dawbed with clay, and so to set or hang wit

up in their houses, where as it remayneth greene a long season and groweth, if it be wsometimes oversprinckled with water.” Gerarde doet van dit gebruik een verklaring aan de hand, wanneer hij omtrent den smeerwortel hetzelfde zegt wat de Chineesche schrijver in bovenstaande aanhaling omtrent den wilgeboom ten beste geeft.

. This "plant is very full of life" - 200 spreekt hij. The stalks set only in clay, continue mgreene a long time, and, if they be now and then watered, they also grow(78). De smeerwortel vervult dus, als plant met een groote mate van levenskracht begaafd, in Engeland op den dag van het zomersolstitium de rol van den wilg in China: zou hij dan ook niet om dezelfde reden als deze in huis worden gehaald, namelijk

een lang leven te verzekeren aan de leden van het gezin? Men bevestigde ook den smeerwortel, evenals de Chineezen hunnen wilgetak, op den feestdag van St. Jan aan de huisdeur, zooals men uit de aanhaling van zooeven uit Stow's „Survey of London" zien kan.

Het geloof in de beschermende kracht van planten tegen onzichtbare invloeden, heksen, spoken en demonen heerscht dus in Europa zoowel als in het Chineesche Rijk en is er volstrekt niet tot het zomersolstitium heperkt, noch tot de gewassen, die door ons in behandeling genomen zijn. Om slechts enkele voorbeelden te noemen: reeds ten tijde van Aristoteles hing men zich muur- of wijnruit (rhyta) om den hals als amulet tegen tooverij, terwijl in latere eeuwen die plant bij de duivelbannerijen der Katholieke Kerk een rol bleef spelen (79). „The Anatomie of the Elder" (1655) zegt nog buitendien, dat het gemeene volk de bladeren van de vlier, in de laatste dagen van April verzameld, voor een krachtig middel houdt om wonden te genezen, en ze ter bezwering van de plagerijen der tooverheksen aan de deuren en vensters bevestigt (80).

In Spanje draagt men in de processies, die de geestelijkheid op Palmzonday houdt, talrijke palmtakjes rond. Zij zijn van te voren met veel plechtigheid gewijd en worden den geloovigen leken naar huis gezonden, ten einde ter afwering van den bliksem aan de leuningen der balkons gebonden te worden. In ons eigen vaderland deelt de Katholieke geestelijkheid eveneens zulke takjes aan de leeken uit, en wel tegelijk met het water, dat op zaterdag vóór Paschen of daaromtrent in de kerken worilt gewijd. Het geloovige volk hecht ze dan veelal in de zoogenaamde wijwaterbakjes aan de

van bedsteden en kamers vast, natuurlijk zonder zich rekenschap te geven (*) Brand, op cit., bladz. 181 en 182. (*) Ibid. bladz. 751. (*) Ibid, bladz. 735.

muren

waartoe het gebruik eigenlijk dient. In België wijden de priesters op Palmzondag, voordat de mis een aanvang neemt, een menigte groene takken. De boeren nemen die mede, ten einde ze tot afwering van den bliksem onder het dak en in alle kamers van de huizen, in stallen en schuren te bevestigen ; zij steken zich (evenals de Chineezen

ор

den dag van het Graven- en het Zomerfeest met bloemen en artemisia doen) een stukje er van in het hoofddeksel en plaatsen de gewijde takken aan de hoeken van de velden, met het doel het gewas tegen hagel en aanvallen van heksen te beschutten. Ook in Westphalen dienen palmtakken in huizen en stallen als voorbehoedmiddelen tegen bliksem en om het binnensluipen van voor leven en gezondheid schadelijke machten te beletten; want door een venster, waarin een palmtak steekt, kan geen heks (. i. elf of ziekte-aanbrengende demon) zich een toegang banen.

Deze enkele voorbeelden, voor een deel getrokken uit een lange rij van andere, die Mannhardt in zijn genoemd werk (bladz. 287 en volg.) ten beste geeft, mogen eenigzins doen uitkomen, hoe nauw de samenhang tusschen Chineesche en Europeesche begrippen omtrent de plantenwereld is. Doch ook bij de oude volkeren van het Westen, wier bestaan aan gene zijde onzer jaartelling ligt, bloeide het geloof in het vermogen van sommige gewassen om onheilen en geesten af te wenden niet minder. Op den 21sten April, den dag der Palilia, stak men te Rome groene takken in de stallen en hing men kransen aan de deuren, met het doel om miswas en ziekte van planten, dieren en menschen te weren; men bevestigde er op den Isten Juni hagedoorn aan deuren en vensters om alle onheil (noxas, de siá der Chineezen, zie noot 14) af te keeren en vooral om de demonen der tering, die jongen kinderen de ingewanden uit vreten, verwijderd te houden (81). En in het land der Hellenen werden op gelijken grond de deuren met takken van laurier en wegedoorn versierd. Want waar die planten zijn, daar slaat geen bliksem in en blijven kwaadgezinde demonen op een afstand; daar breeki geen ziekte binnen en heeft tooverij geen kracht (82).

Opmerking verdient het ten slotte nog, dat de look, die mede op den dag van het Zomerfeest door de Chineezen aan de deuren en vensters wordt bevestigd, ook naar het schijnt een groote rol in de Westersche Oudheid speelde. De plant werd vereerd te Ascalon zoowel als in Egypte; look en uien plaatste men in de heilige kisten der mysteriën van Isis en Ceres en look figureert onder de hiëroglyphen van Egypte. Ook bij de Druïden vervulde de plant een gewichtige rol (83). Reeds is in het voorbijgaan in den aanvang van III) gezegd, dat sommige Chineezen een bundel bezweringskruiden, waaronder look, werpen op het dak : zou dit gebruik niet op hetzelfde bijgeloof steunen als de gewoonte onzer eigene landgenooten om huislook te planten op het nokje van de woning? Velen gelooven, dat zulks donder en bliksem afweert.

(81) Ovidius, Fast. VI, 129 en volg.
(*2) Mannhardt, op. cit., bladz. 295.
(83) Brand, „Observations,” bladz. 54.

« PreviousContinue »