Page images
PDF
EPUB

vervoer

middelen van

en verdere benoodigdheden op de reis. Wij zullen hierop in de volgende § terugkomen.

In vroegere eeuwen vereerden, naar het schijnt, de Chineezen hun God van den Haard op den 8sten van de twaalfde maand. Althans, in den ouden Kalender van King-Tsjhoe staat geschreven, dat men rop dien dag ook met varkensvleesch en »wijn den God van de Stook plaats een offerande brengt”. Bij wijze van opheldering haalt de commentator hierbij een uitreksel van de volgende legende aan. Onder de Han-dynastie leefde te Nan Jang (?) een zekere Jin Tsze (3). Op den bewusten dag was hij des morgens bezig spijzen te koken, toen de God van de Stookplaats verscheen. Hij maakte verscheidene buigingen om hem te begroeten, offerde een geien hond, zeggende dat het een geel schaap was, en sedert werd zijn familie zeer rijk. En dit zou, volgens gezegnien commentator, de reden wezen waarom het volk om strijd den Keukengod vereert. Ook in het achtste hoofdstuk van den „ Navorscher der Zeden en Gewoonten”, het werk uit de tweede eeuw, dat op bladz. 119 is genoemd, staat deze legende geboekt.

§ 2.

HEMELVAART DER HUISGODEN.

toen

Zoodra de lares zich aan den maaltijd, in de vorige § bedoeld, naar het oordeel van de huisgenooten lang genoeg hebben te goed gedaan, verbranden deze papieren paarden, draagstoelen en dragers, strooien de asch in de lucht, doen papieren reisgeld opgaan in de vlammen, plaatsen water met gras en boonen aan de deur,

in één woord, doen al hetgeen zij op den 4den van de eerste maand verrichtten, de goden van hun tocht naar den hemel terugkeerden naar de aarde. Wij verwijzen dus den lezer naar onze verhandeling over dien dag. En op het oogenblik van vertrek ontsteekt men mertjons aan de huisdeur, opdat alle kwaadaardige geesten, die den aftocht zouden willen verhinderen of den godenstoet lastig vallen, verschrikt uiteen zullen stuiven. De 2 1ste van de twaalfde maand heet, op grond van dit alles, sàng-sien-dzjíet (6) of „dag waarop men de goden uitgeleide doet.”

Nu is ook meteen de gelegenheid schoon om het altaar en de afbeeldeels der goden te reinigen en op te knappen, daar men niet behoeft te vreezen hunne rust te storen. De bloemen en versierselen, rondom en op de beelden aangebracht, worden weggenomen, verbrand en door nieuwe vervangen ; men maakt het tabernakel schoon, verft het, zoo noodig, een weinig op en vernieuwt het papier, dat nabij de

(2) W. Een stad van dien naam ligt ir de provincie Honan. Lengte 110° 14' 35",

[merged small][ocr errors]

van

men.

stook plaats de beeltenis den Keukengod vervangt (zie bladz. 366). Het oude vel werpt men tegelijk met de andere afgedankte voorwerpen in de vlam

Den volgenden dag echter moet de grootste stilte heerschen in het huis. Want tijdelijke plaatsvervangers van de huisgoden dalen alsdan van den hemel neder, en men mag hen niet storen, noch hinderen, noch toornig maken door leven en gedruisch. Zij zijn immers gasten, en een gast is in China heilig, vooral een die van boven komt en bij zijn terugkeer slechte rapporten uit kan brengen over de familie. Men hakt derhalve geen hout, wascht geen kleederen, bekijft geen kinderen of bedienden, in één woord: men onthoudt zich van alle geraasmakende handelingen. De beleefdheid eischt ook nog, dat men de hemelgeesten in haalt met een maal van suikergoed en andere lekkernijen en een flinke hoeveelheid goud papier en wierook voor hen brandt. Men noemt zulks: rhet inhalen van de hemelyeesten bij hunne nederdaling" tsieh thijen-sien -kàng (5). Men drijft echter de gastvrijheid niet zoo

van hen met een speciale offerande uitgeleide te doen, wanneer de eigenlijke huisgoden na een tiental dagen terugkomen en de functiën van hunne tijdelijke plaatsvervangers wederom overnemen.

ver

[merged small][ocr errors]

TWAALFDE MAAND, NEGEN EN TWINTIGSTE

OF DERTIGSTE DAG.

[merged small][ocr errors]

Offerande aan de Huisgoden, de Geesten van de Deur, de Schikgodin des Levens en de Voorvaderen. Oudejaarsgeschenken. Begrippen, die bij het toezenden van geschenken op den voorgrond treden. Aalmoezen, fooien en extra-belooningen op Oudejaarsdag. Het innen van schulden. De vrijplaats voor debiteuren bij den tempel van den Stedegod.

[ocr errors]

De Goden van Wallen en Grachten. Hun oorsprong, in verband met dien van de Dorps- en Landgoden. Stads- en Dorpsgoden van de Christenen, de Javanen en de Westersche Ouden. Hoe de Taoistische Paus de Chineesche Stedegoden aanstelt en ontslaat. Hun rangverhouding onderling en in de ambtenaarswereld.

De betrekking der Stedegoden tot de andere wereld. De verschillende afdeelingen der Hel in den Municipalen Tempel van Canton. De spion van den Stedegod, tevens patroon der politiedienaars en van hen die iets verloren hebben. Het slapen van Mandarijnen in den tempel van den Stedegod, ten einde rechtsgedingen door droomen tot klaarheid te brengen. Droomen, in China en elders als ingevingen van bovennatuurlijke wezens beschouwd.

De gerechtsdienaar en de secretarissen van den Stedegod. Eeden, in de Municipale Tempels afgelegd. De onderaardsche rechters; de gezant tusschen de Aarde en de Hel; de gerechtsdienaar met den buffel- en die met den paardekop; de bereden gezanten.

§ 3.

Het schoonmaken der woning tegen het einde van het jaar. Opschriften op rood papier aan de deuren. De legende van Thoe Ju en Joeh Loei. De Canon der Bergen en Zeeën.”

I. De perzikboom als spookverdrijver. Beeldjes en planken van zijn hout oudtijds, en perzikroode papieren tegenwoordig aan de ingangen der huizen bevestigd. De beelden of namen van Thoe Ju en Joeh Loei op de deuren. Spreuken en opschriften ter verhooging van de bezweringskracht der roode papieren. Rood , in China de kleur des geluks. Roode doeken en stukjes rood papier, boven de deuren bevestigd. Papieren met het opschrift „lente" enz. De perzik, oudtijds het zinnebeeld zoowel van de lente- als de zomerzon. De spookverdrijvende eigenschappen van dit hemellicht zijn derhalve op dien boom overgegaan. De perzik als bron van levenskracht, onsterfelijkheid en eeuwigheid.

II. De haan als spookverdrijver in Europa en China. Oudtijds in laatstgenoemd Rijk als bezweringsmiddel aan de deuren geplaatst. Het eten van eieren op Nieuwjaarsdag.

III. Touwen als spookverdrijvers.

IV. De tijger, in China als spookverdrijver bij den ingang van publieke gebouwen en voor graftombes geplaatst. Zijn afbeeldsel als amulet, in processies, bij het vuurtrappen enz. Het vleesch,

haar van den tijger in de geneeskunst. Reden waarom hij voor den Chinees steeds de natuurlijke vijand van onzichtbare wezens was.

enz.

4.

Het zetten van het oude jaar in het nieuwe. Het oudejaarsvuur en het oudejaarsavondmaal. Weervoorspelling voor het volgende jaar. De oudejaarsvuren in ver vervlogen eeuwen. Hun vermoedelijke beteekenis. Nogmaals het oudejaarsmaal, zoowel tegenwoordig als oudtijds.

[ocr errors][merged small]

die zij

De dag, die het burgerlijk jaar besluit, is voor de Chineezen een laatste feestdag van gewicht. Hij kenmerkt zich in de eerste plaats door een offerande aan de huisgoden en de voorvaderen. Ook de Geesten van de Deur (zie bladz. 21) en de Schikgodin des Levens met hare Moedertjes (bladz. 313 en volg.) deelen hierin: het geldt in één woord een algemeene dankzegging aan al de goden en godinnen, waarmede de familie in betrekking staat, en wel voor de weldaden en zegeningen,

gedurende den afgeloopen jaarkring over het huis en zijne bewoners hebben uitgestort. Gemeenlijk heeft de plechtigheid in den namiddag of des avonds plaats. Bijzondere offergaven treden er, voor zoover wij hebben kunnen nagaan, niet bij op; doch wel plaatsen sommigen de groenten en de rijst, die het oude jaar in het nieuwe moeten zetten en op bladz. 17 en 18 reeds beschreven zijn, mede op de offertafel. Voor het overige wordt de dag doorgebracht met het inslaan van allerhande dingen, die op Nieuwjaarsdag zullen benoodigd wezen, en met het bereiden van vleeschspijzen, koeken, taarten en gebak van allerlei soort en vorm, die, zooals gewoontewet of eigenbelang eischt, aan vrienden en bekenden, begunstigers en klanten zullen worden rondgedeeld. Hoe dit gebruik ook naar onze koloniën is overgewaaid en daar maar al te dikwijls met bijoogmerken wordt misbruikt, weet zoo goed als iedereen uit eigen ondervinding.

Die wederzijdsche toezending van taarten en spijzen heeft een eigenaardig doel. Men wil er namelijk door te kennen geven, dat de familie in het bijna afgeloopen jaar meer dan het noodige genoten heeft voor hare dagelijksche behoeften en dien overvloed voor een deel hoopt overgebracht te zien naar de woning van hare vrienden, verwanten en bekenden voor den duur van het gansche jaar, dat den volgenden morgen aan zal breken. Men ziet dus, dat de beteekenis van het gebruik zich ten nauwste aansluit bij die van de op bladz. 17 en 18 van dit werk beschreven taarten, koeken en groenten „welke van het oude jaar in het nieuwe overgaan"; alsook dat de oudejaarsgeschenken, niets anders dan een zuiveren heilwensch vertegenwoordigend, ingevolge de eerste wetten van beleefdheid noodzakelijk contra-geschenken vereischen (").

(1) Een enkel woord over de begrippel, die in China bij het toezenden van beleefdheidsgeschenken, inzonderheid op Oudejaarsdag, op den voorgrond treden, kan hier niet te onpas zijn. Het zuivere Chineesch gebruik wil in deze keuze en wederkeerigheid. In China biedt de zoon van het Rijk der Bloemen, die aan zijn eerbied jegens een hoogere of zija vriendschip voor een gelijke eens lucht wil gevel, in den regel een groote verscheidenheid van dingen aan, wel welende dat de begistigde, met de radaı” vertrouwd, om zijne bedoeling, zijn niat”, zijn è-sòe t te erkennen er een of twee voorwerpen uit zal kiezen en de rest terug zal zendeu – ja, dikwijls wordt, met het oog hierop, de geheele ge-chenkenkeur zonder voorafgaande betaling uit den winkel geleend. In onze kuloniën echter palmt de Nederlander, econoom in alles als hij is, liefst de geheele bezending in. Eu de Chinees, die zulks bij ondervinding weet, richt zich naar dezen karaktertrek van den overheerscher, en misbruikt dien desverkiezend om zijn gunst of die zijner echtgenoote te winnen. Hij die werkelijk ijn onafhankelijkheid en onbaatzuchtigheid buiten verdeuking houden, en toch de Chineesche adat (hoe dikwijls wordt niet met dit woord geschermd!) wil ontzien, kieze dus, en wel bij voorkeur het pakje suiker in rood papier gewikkeld of van een rood papiertje voorzien, dat ter toewensching van de zoetheid des lerens (verg. bladz. 10.) in den regel onder de geschenken prijkt.

Blijkens onzen tekst, bepaalt zich het onverbasterde volksgebruik in het vaderland der Java-Chineezen op Oudejaarsdag tot wederzijdsche toezending van koeken, taarten en spijzen van allerlei aard, die in het huisgecin zelf zijn toebereid. Daargelaten nu wat er sommige Mandarijnen doen, die ook al voor een zeer groot deel niet afkeerig van omkooperij en winsten en geschenken zijn, is dus het zenden en aannemen van dure artikelen, wijnen enz. zeer zeker on-Chineesch en niet veel meer dan een voorbedachtelijke verbastering der wezenlijke adat, die, zooals onze tekst doet zien, in haar zuiveren vorm slechts heilwensch beoogt. Dure oudejaarsgeschenken, zooals men ze in onze koloniën kent, zijn dan ook òf middelen tot gunstbejag van den kant der gevers, of uitvloeisels van een door het aanhoudend misbruiken van een poëtisch volksgebruik ingeslopen geregeld stelsel van schatting, door de Europeanen stilzwijgend goedgekeurd en zelfs aangemoedigd.

En wat de wederkeerigheid betrest: om dit onderdeel der Chineesche adat bekommert de Nederlander in Indië zich geen zier. Welke rara avis immers brengt den Chinees een beleefdheids. geschenk op zijn Oudejaarsdag terug ? Het is misschien waar, dat onze adat dit niet vordert maar eischt zij dan wel dat maar alles aangenomen wordt wat de Vreemde Oosterling ons zendt? En zal de Chinees op Oudejaarsdag aan iets anders deukeu dan aan Hollandsche hehzucht en inhaligheid ? Kwamen er bij hem geen nevenbedoelingen in het spel, ongetwijfeld zou hij dat schatting opbrengen reeds voor goed hebben laten varen; en het voortbestaan er van in Indië levert dus, dunkt ons, stilzwijgend het bewijs, dat gunstbejag of andere bijoogmerken, zij het dan ook voor de toekomst, er aankleven van den kant des gevers.

« PreviousContinue »