Page images
PDF
EPUB
[ocr errors]

Herfstfeest, 367 vlg.
Herten, 426; zinnebeelden van geldelijken voorspoed , 266.
Hesus, 305.
Hiërarchie en Hiërocratie. Zie Priesterheerschappij.
Hilaries, 32, 175.
Hoeden voor plechtige gelegenheden, 213.
Hoklo-Chineezen, XII, 290.
Honeymoon, 380.
Hoofdlieden van een tempel, 41 vlg., 275, 338, 341.
Hoogepriester. Zie Keizer en Paus.
Hoorn des overvloeds, 68, 261.
Hoozen, met draken vereenzelvigd; in China, 292; in Europa 303.
Houthakker in de maan, 403.
Huisdieren , afbeeldsels in rijstmeel geofferd op het wintersolstitium , 433.
Huisgoden. Zie Goden en Godinnen.
Huislook, 274.
Huisvader , in China priester, 537, 588 vlg.
Huistabernakels. Zie Tabernakels.
Huizen, versierd met groen; in de lente, 194 vlg.; in Europa, 198 vlg.; op

het Groote Zomerfeest, 265 vlg.; in Europa op St. Jan. 270 vlg.; in Eu-

ropa om heksen te weren, 271 vlg.; in Griekenland en Rome, 274.
Hussieten, 572.
Huwelijken; in de lente, 67 vlg.; in den winter, 67, 348; voorbeschikt in

de maan, 377 vlg.; in Orkney en Indië gesloten bij wassende maan, 380,
van weduwen in China veroordeeld, 442; van verloofd meisje met over-

leden bruidegom, 442; kerkelijke, in China onbekend, 586.
Huwelijksbekers plengen , 68.
Huwelijksplechtigheden, gegrond op het dualisme der Natuur, 68.
Huwelijkstrouw, hoog in eere, 446 vlg.
Hwang-ho; de teekening der —, 60.
Hydra, 218.

I.

Illuminatiefeest , 223. Zie Lantarenfeest.
Imagines majorum, 522.
Immortellen op de graven en in den begraafstoet, 205.
Indeeling van het jaar, 1, 34, 164.
Indo-Chineezen, III.
Indra, 293, 386 vlg., 394.
Inhalen van de lente, 70, 190, 194, 479; bij de Joden en bij ons, 73; in

Engeland, 70, 198.

Initiatie; van lidmaten en priesters in de kerk van Boeddha, 247 vlg.;

overigens in China onbekend, 573 vlg., 585, 589.
Inquisitie, in China nooit bestaan, 572.
Inschrijvingen voor feestdagen, 44, 275, 338.
Invloeden, nadeelige, van het zomerklimaat, 255.
Isis, 31 vlg., 530.

J.

Jaar, hoe ingedeeld. Zie Indeeling.
Jama. Zie God van de Onderwereld.
Japaneezen ; hun invallen in Foehkjen, 412 vlg., 419; hun Drakenbootfeest,

306; hun feest van den zevenden avund, 351.
Jaspis of nephriet, in de Taoistische mythologie en alchemie, 133, 396, 552; als

bijnaam voor al wat den hoogsten vorm van stof vertegenwoordigt, 396 vlg.
Jezuiten tegenover den voorvaderlijken eeredienst en het Gravenfeest, 190 vlg.
Jezus. Zie Christus.
Johannes vuren, 222, 302 vlg.
Jongens bij godsdienstplechtigheden. Zie Blootvoeters.
Joni, 590.

K.

Kaarsen, ontstoken in de lente, zie Voorjaarslichten, Paaschkaars, Koning-

kaarsje; om den zielen naar offeranden den weg te wijzen, 333, 499; op

de graven gebrand, 187, 499.
Kalender, in verband met feesten, zeden en gebruiken, IV.
Kalmoes, ter inroeping van de zomerzon en levenskracht en als spookverdrij-

ver , 265 vlg., 271, 509, 552; op het Zomerfeest om het lichaam te was-

schen, 268.
Kalpa, 325, 394. .
Kama-dhata, kama-loka en kama-vatchara, 5.
Kanselprediking, 586.
Karel de Groote, 574.
Kastanjes in Foehkjen, 422.
Kastenindeeling, in China onbekend, 444.
Keizer, Opperpriester des Rijks, 254, 374, 537.
Kerk en Staat, in China nooit verbonden geweest, 589.
Kerkgenootschappen, met verplichtingen op dogmatiek gegrond, bestonden in

China nooit, 586.
Kettermoord, in China onbekend, 572.
Kikker in de maan, 385 vlg., 391 volg.

Kinderdoop, door kerkleer afgedwongen, in China onbekend, 586. Zie doopsel.
Kinnara's, 474.
Kippen en hondjes van rijstmeel, geofferd op het wintersolstitium, 433.
Klappers, 6, 7, 510, 595.
Klaproth over de herkomst der Indo-Germanen , 301.
Klaver in Ierland op St. Patrick's Day, 198.
Kloosters, 142, 145, 152 vlg., 247 vlg., 559, 562, 575 vlg.; 579; door Woe

Tsoeng vernield, 574; klooster der Bobbelende Fontein, 143, 580 vlg.;

des Langen Levens te Canton vernield, 583 vlg.
Kluchten in processies, 230.
Kluizenaars van het Taoisme, 323, 552, 556, 559.
Knapen, helpende bij tempelplechtigheden. Zie Blootvoeters.
Koeherder , 348 vig., 532.
Koeken, ter eere van de maan, 376, 402; als zinnebeelden van geluk en

overvloed bij de verwisseling des jaars, 17, 464, 487. Zie Schildpadkoeken.
Koekjes van rijstmeel en hennepzaad ter eere van de Aarde, 369; van rijst

met kastanjes als offerartikel, 422. Zie Schakelkoekjes.
Koen-Loen. Zie Koningin-Moeder.
Koevera, 474.
Koningin-Moeder van het Westen, 10, 134, 342, 381, 383, 553.
Koningkaarsjes spriugen, 108.
Korenaren, in het voorjaar naar huis gebracht en in de haren gestoken, 190. .
Kornoelje, 424.
Koude eten, 167 vlg.
Koxinga, 163.
Kraai in de zon,

393.
Kris, 260.
Krokodillen. Zie Alligators.
Kruid der onsterfelijkheid. Zie Levenselixir.
Kruistochten, in China nooit plaats gegrepen, 587.

L.

Lamaisme, 269, 325.
Lam Gods, 48, 109, 173, 264.
Lanfong-kongsie te Mandor, 307.
Lantarenfeest, 99 vlg., 177, 178, 180, 223, 557.
Lantareus ter eere van den Hemel, 51; van de Heeren der drie Werelden,

51, 103; om den zielen den weg te wijzen, 334, 499; op het Herfstfeest, 409.
Lararium, 522.
Laotsze, 549 vlg., 552, 570; zijn deificatie, 556.
Legende omtrent het niet wegruimen van vuil na Nieuwjaar , 25; van de ge-
boorte van den Hemelgod, 29 vlg; omtrent de ongelijke verdeeling
van aardsche goederen, 125; van

den God der Barbiers, 135; om-
trent den God der Letterkunde Khwej Sing, 139; van de wonderei-
landen in den Stillen Oceaan, 132; omtrent den God van het Bof-
fen, 140; omtrent de Godin der Genade, 151 vlg.; van den oor-
sprong van het uitdooven en vernieuwen der vuren in de lente, 171,
283; van den oorsprong van het versieren der huizen met groen in het
voorjaar, 195 vlg., 283; van den oorsprong der Hakka's, 195 vlg.; van
den oorsprong der Godin van de Zeelieden , 208 vlg.; van den oorsprong
van het Drakenboot feest, 278 vls., 283 vlg.; van den oorsprong der gierst-
of rijstkoekjes op het Zomerfeest, 281 vlg.; van het Drakenbootfeest in
Japan, 306; omtrent Maudgaliayana , 329 vly.; van het huwelijk van het
Weefmeisje met den Koeherder, 348 Vlg.; omtrent het Mannetje in de
Maan, 377 vlg., 403; van het Vrouwtje in ibid. 381 vlg., 391, 393; van
de pad en den kikvorsch in ib., 385 vlg.; van den haas in ib., 393 vlg.;
van boomen in ib., 397 vlg ; van den houthakker in ib., 403; omtrent
de pad, 392; omtrent Keh-Sing-ông, 414 vlg.; over den oorsprong der
pique-nique's in de negende maand , 423 vlg.; omtrent den oorsprong der
vereering van den Keukengod in de twaalfde maand, 460; omtrent de

Goden van de Deur, 475 vlg.; omtrent den oorsprong der zielborden, 520.
Legge over Confucius, 543 vlg.
Lente, ingehaald. Zie Inhalen.
Lentefeesten in Europa, 198 vlg.
Lenterund, 71, 596.
Lentevuren. Zie Vuren en Voorjaarsvuren.
Letteren. Zie Studie.
Letterkunde der Chineezen, II.
Leven na dit leven, het geloof daaraan algemeen, 434. Zie Hel en Hemel

en Taoisme.
Levende wezens, door Boeddhisten gespaard , 330, 419, 576 vlg. Zie Maitri.
Levenselixir, 59, 132 vlg., 323, 342, 381, 383 vlg., 396 vlg., 552 vlg.
Liefde voor al wat ademt, 567 vlg., 576 vlg. Zie ook Levende wezens.
Liefdewerken jegens de dooden, 189.
Lijfvervangers. Zie Poppen.
Lijkmalen. Zie Maaltijden.
Lingam, 28, 590.
Lofzangen op Agui, 359 vlg., 363.
Logos, 220, 245.
Loh; het geschrift der - rivier, 60.
Loofhuttenfeest, 264.
Look aan de huizen, ter verdrijving van kwade invloeden, 265, 267, 271;

[ocr errors][ocr errors]

hoog in aanzien in Egypte, in Ascalon en bij de Druiden, 274; gedragen

in Engeland op St. David's-Day, 198.
Luchten der kleederen, 311.
Lune de miel, 380.
Lyra, 347 vlg.

M.

Maagd, 318.
Maaltijden ter eere van de dooden, 336 vlg., 449, 516; zij zegenen de deel-

nemers met kinderen, 450.
Maan, in het Westen des Hemels vereerd, 373 vlg.; zij vertegenwoordigt het

vrouwelijk beginsel der Natuur, 374, 383, 388, 531; zij is het zinnebeeld
der Keizerin, der hooge ambtenaren en der edelen, 375, 408; zij is het
zinnebeeld der vrouw, 375 vlg., 378, 382; zij wordt vooral door vrouwen
vereerd, 376; zij is gehuwd met en wordt bevrucht door de zon, 29 vlg.,
375, 378, 531; in hare betrekking tot het waterig element, 387 vlg.,
531; als godin van het huwelijk, 378 vlg., 380, 399; betiteld met den
bijnaam rjoeh", 397; haar invloed op waterdieren, 390; op weder, wol-
ken en regen, 391; door Genii bewoond, 397, 553; als beschikster over
geluk en ongeluk, 407; als weerprofetes, 391, 407 vlg.; als voorspelster
van het noodlot, 407 vlg; aangestaard door verliefden, 379 vlg.; aange-

staard op den 15den van de achtste maand, 404 vlg.
Maanbewoners, 377 vlg., 531.
Maanboomen, 397 vlg., 403.
Maangodheden, 130, 531.
Maankoeken. Zie Koeken.
Maanlegenden, 377 vlg.
Maanoudje, 377.
Maanvereering, 371 vlg., 531; Keizerlijke, 130, 371, 531.
Magisme, 173, 221.
Mahayana-school, 148, 246, 328.
Mahasthama, 246.
Mahes'asoera, 474.
Maitreya, 246, 568.
Maitri, 567 vlg. Zij werkte de propaganda van het Boeddhisme in de hand ,

569. Zie Liefde.
Mandarijnen, heilig verklaard, 467 vlg.
Mandarijnswoningen, 53.
Mandjoes’ri of Mandjoes'vara, 148.
Mandor, 307.

« PreviousContinue »