Page images
PDF
EPUB

TIENDE MAAND, VIJFTIENDE DAG.

DERDE FEESTDAG VAN DE HEEREN DER DRIE WERELDEN.

Over de beteekenis van dezen feestdag werd reeds in onze verhandeling over den 15den van de zevende maand (bladz. 353) het noodige gezegd. Wij kunnen ons dus van verdere bespreking onthouden, en stippen alleen maar aan dat de offerande, die op dezen dag in de huisgezinnen opgedragen wordt, niet noemenswaardig verschilt van die, welke op den 15den van de eerste maand de Goden van de Henelkracht en op den 15den van de zevende maand die van de Aardkracht ontvingen. De lezer heeft dus slechts op te slaan hetgeen daaromtrent op bladz. 100 en 354 ten beste is gegeven.

ELFDE MAAND.

FEESTDAG VAN HET WINTERSOLSTITIUM (').

§ 1. Offerande aan de goden en vaderen uit dankbaarheid voor de goede gaven, die zij in de verloopen twaalf maanden over de menschheid hebben uitgestort. Wichelen met meelballen door zwangere vrowen. De afbeeldsels in meel van de huisdieren of de twaalf teekens van den Chineeschen dierenriem. Offerande aan de Schikgodin des Levens en de Deurgoden.

§ 2. Voorvaderlijke-tempeldienst. De ceredienst der dooden, in het Chineesche Rijk in stand gehouden door het patriarchale karakter van de natie. De hùo of liefde voor de ouders en ouderen, mede een hoeksteen voor den dienst der vaderen. Invloed der voorouderlijke tempels op de nationale samenleving.

Tempels voor de duoden, overal door het Rijk verspreid. Redenen, die tot de stichiing medewerken. Hoe de oprichting in het werk gaat. De inrichting en wijze van beheer. Keizerlijke vergunning om er een tablet in te plaatsen. Splitsing van de voorvaderlijke tempels. Benamingen.

Tempels voor overheden en burgers, die in dienst van den lande gestorven zijn. Die, welke tengevolge van den Thai-Phing opstand te Tsjang-Tsjowfoe werd opgericht. Tempels voor beroemde vorsten en wijsgeeren. Offergebouwen ter eere van Confucius.

Tempels voor eeuwige maagden en weduwen. Suttiisme in China. Steenen eerebogen ter eere van kuische vrouwen. Edict van Keizer Joeng Tsjing ter beperking van zelfmoorden. Stand van het Suttiisme in de laatste jaren. Plaatsing van tabletten in de tempels voor de

brandenden van kuischheid”. Ceremoniëel, daaraan verbonden. Tempels ter eere van geleerden en befaamde ambtenaren.

Winterofferande in de voorouderlijke tempels. Uitnoodiging der dooden. Rangschikking der offertafels en der deelnemers aan de plechtigheid. De hoofdman der familie, voorganger bij de offerande. Ceremoniemeesters. Verder verloop der plechtigheid. Het doodenmaal. Andere dagen van voorouderlijken tempeldienst. De Beschermgod der Graven en de Hoofdgod der Letterkunde, in de tempels tegelijk met de dooden herdacht.

§ 3. Waarom men de dooden bij voorkeur in den winter vereert. Oude toestand van China vóór de opkomst van den Staat. Beschrijving van dien tijd in het Boek der Ceremoniën”. Moord, krijg en doodslag in den winter gaven toen aanleiding tot voortdurende doodenfeesten in dit jaargetijde. De winter is buitendien het natuurlijk tijdperk des doods. Executies gedurende den winter in liet China van voorheen en thans. Het wintersolstitium is voor de dooden het meest geschikte tijdperk om te orden ald.

(') In Emoy tany-tsoih all of ,wintersnede”; ook wel tung-tsi şof "win

tertoppunt.”

[ocr errors][merged small]

om

De dag van het wintersolstitium, de kortste van het jaar, valt, zooals reeds ор bladz. 2 van dit werk werd aangestipt, wel is waar steeds in de elfde maand van het Chineesche burgerlijk jaar, doch kan zich over alle dagen van die maand bewegen, zoodat het volk den · almanak ter hand moet nemen te weten wanneer het de offerande te verrichten heeft, waarmede volgens overoad gebruik de dag moet worden gevierd. Van rijstemeel zijn reeds een dag tevoren ballen gekneed , gelijk van samenstelling ongeveer als die, welke op den 15den van de zesde maand op de huiselijke offertafels hun verschijning maakten. Ten getale van twaalf legt men ze in een kring bovenop een vlakke rijstzeef, plaatst een dertienden van grooter afmeting, of ook wel een oranjeappel met een nagemaakte of natuurlijke bloem versierd, in het midden, legt naast iederen rijst bal nog een stukje gekneed rijstemeel in den vorm van een zilverstaaf en vult ten slotte de zeef met kleinere ballen op. In sommige gezinnen maakt men wel twee of meer van zulke zeven klaar. Zoodra nu de morgenstond van den kortsten dag des jaars is aangebroken , worden de ballen altegader gekookt; men plaatst ze met meer andere eetbare offergaven, die men gewoon is den goden en vaderen aan te bieden, voor het tabernakel van het huis en draagt ze met de noodige ceremoniën en eerbewijzen den lares en den schimmen op, wier zetel aldaar opgeslagen is. En ten slotte wordt al het uitgestalde, evenals steeds met de offerartikelen na elke offerplechtigheid geschiedt, door de leden der familie ор

de een of andere wijze toebereid , aan vrienden en kennissen rondgedeeld of opgegeten.

De huisofferande van den dag van het wintersolstitium sluit zich ten nauwste aan bij de offeranden van den 15den der zesde en den 15den der achtste maand. Gold het namelijk toen (vergel. bladz. 313 en 368) dankoffers respectievelijk voor de eerstelingen van de rijst en voor de voortbrengselen van het herfstseizoen in het algemeen: thans geldt het evenzeer een dankzegging aan de hoogere machten, en wel voor alle goede gaven, die de Natuur in den loop van het gansche jaar over het aardrijk heeft uitgestrooid. Want hoewel op het tijdstip van het wintersolstitium het Chineesche burgerlijk jaar nog niet verstreken is, 200 is toch het oogstjaar zoowel als het astronomisch jaar alsdan wel degelijk voorbij, daar immers de zon haar jaarlijkschen kringloop heeft ten einde gebracht en, op nieuw geboren, voor de gansche Natuur wederom een kringloop van productie aan doet breken. De twaalf ballen van rijstmeel nu, die de bevolking van Emoy offert op den kortsten dag des jaars, wij

de twaalf maanden van overvloed en voedsel, die zoo juist verstreken zijn; en wat de twaalf van rijstemeel vervaardigde zilverstaven betreft : het is onder dezen vorm dat de physiocratische Chinees, diep overtuigd als hij is dat rijkdom, geld en goed aan de rijst, den landbouw hun ontstaan te danken hebben, de vruchten van zijn arbeid en zweet nederlegt aan de voeten van de goden, wier weldaden hij met dankbaar hart gedenkt. De groote bal in het midden, îm-b6e (?) of moederbal" geheeten, vertegenwoordigt waarschijnlijk den oogst van het gansche jaar in zijn geneel; en wanneer het volk de spreekwijze in-bóe sing fu-kiáng (3) «de moederbal bare kinderballen” (d. w. z. de twaalf kleinere ballen) bezigt, dan drukt het zijn verlangen uit dat een globaal goede oogst voor het gansche jaar, zoowel als een goede oogst voor elke maand afzonderlijk zijn deel moge zijn. Is er een zwangere vrouw in het gezin, dan maakt zij wel eens van de rijstballen gebruik om het geslacht van het verwachte kind te weten te komen. Zij legt namelijk een er van, met eigen handen gekneed , in het vuur: — splijt hij open, dan zal zij een meisje baren ; doch zij zal aan een jongetje het levenslicht schenken indien hij een eenigszins verlengden vorm aanneemt.

zen op

Gelijk die zilverstaven van rijstemeel dus de zinnebeelden van den rijkdom zijn, dien de oogst van het rijstgewas, het hoofdvoedsel der bevolking van Foehkjen, den landman heeft geschonken evenzoo zijn de afbeeldsels van kippen, honden en varkens, die door de vrouwen van Emoy op den dag van het wintersolstitium mede uit rijstemeel vervaardigd worden, de symbolen van de zegeningen der veeteelt gedurende het afgeloopen jaar. Zij heeten in de volkstaal koi-bóe káo-á (*) » kippen en hondjes”, en worden tegelijk met de ballen en zilverstaven aan de goden en de voorvaderen geofferd. De meeningen der Chineezen omtrent hunne beteekenis loopen nogal niteen. Sommigen beweren, dat zij eenvoudig de gewone huisdieren voorstellen en den goden worden opgedragen bij wijze van dankzegging voor de rijkdommen, die de veeteelt in het verloopen jaar heeft afgeworpen, of als smeekgebed om zegeningen, die men hoopt dat zij het volgende jaar afwerpen zal; anderen echter mecnen er een toespeling op de twaalf teekens van den Chineeschen dierenriem in te zien. Deze zijn: de rat

7. het paard 馬
2 het rund 牛

8.
3.
虎 A

de aap 猴
4. de haas

10. het hoen 雞
5. de draak 龍

11. de hond 狗
6.

12. het zwijn 猪 Elk een maand vertegenwoordigend in den jaarlijkschen loopbaan van de zon, spelen deze twaalf dieren ongeveer de rol van de twaalf teekenen van onzen zodiac. De rat staat op de tegenwoordige Chineesche almanakken aangegeven als overeenkomende met de maand F, waarin het wintersolstitium valt, het rund met de maand I en zoo verder: ieder dier in de aangegeven volgorde correspondeerende met een der twaalf maanden , zooals zij op bladz. 164 van dit werk zijn opgesomd. De zoogenaamde , kippen en hondjes," uit rijstmeel samengesteld, zouden, naar laatst bedoel

de geit

de tijger

9.

de slang

(1) 九母(1) 九母生丸团
(1) 雞母狗仔,

de opvatting, dus op de zegeningen van den rijstoogst wijzen gedurende de twaalf maanden van het jaar, en derhalve in zinnebeeldige beteekenis niet van de ballen van rijstemeel verschillen; en inderdaad: in vele gezinnen maakt men op den dag van het wintersolstitium dan ook afbeeldsels van al de twaalf dieren van den zodiac, naar sommige Chineezen mij hebben verzekerd.

Behalve aan de huisgoden en de tabletten van de voorouders, worden ook op den dag van het wintersolstitium nog offeranden gebracht aan de Schikgodin des Levens en de Goden van de Deur. Na hetgeen echter vroeger (bladz. 314 en 21) omtrent de wijze van vereering dezer hvogere machten is gezegd, behoeft hier niets anders meer te worden vermeld dan dat, ter voeding van de Deurgoden, door sommigen op den kortsten dag des jaars een paar der beschreven rijstballen aan de deurposten of de vensters worden bevestigd.

[ocr errors][merged small]

Eerbied voor de dooden is, naar het schijnt, geboren met de menschheid. Geen volk ter wereld, waarbij hij zich niet onder den een of anderen vorm uit. Hij schiep zoowel de wreedaardige menschenslachterijen op het graf, opdat de doode in de andere wereld van geen gezelschap, vrouwen en slaven zal verstoken wezen, als het in menig opzicht zoo schoone stelsel van voorvaderlijken eeredienst van het Chineesche volk, aan een onderdeel waarvan deze verhandeling is gewijd.

Zooals Herbert Spencer in zijn meesterlijk werk over »the Principles of Sociology” heeft ontvouwd, vormt het geloof aan het voortbestaan der ziel aan gene zijde van het graf een zoo goed als natuurlijke schakel in de keten der ontwikkelingsphasen, die de menschheid heeft doorloopen. Vandaar dan ook dat er bijna geen volk bestaat, hetwelk den eeredienst der dooden niet onder den een of anderen vorm heeft gehuldigd of nog een belangrijke plaats in zijn godsdienstig leven in doet nemen en onder al deze volken staat het Chineesche bovenaan. Geen overledene in het Rijk van het Midden, die niet onder de tastbare gedaante van het zielebord, op bladz. 12 en volg. beschreven , van geslacht tot geslacht vereering geniet ; ja geen dorp, geen familie zelfs, zonder tempel aan den dienst der vaderen gewijd.

Geen wonder trouwens, dat de eeredienst der dooden in China zulk een merkwaardig hooge vlucht genomen heeft. Want een volk, patriarchaal tot in merg en been, waarvoor de vader zoo goed als absoluut heer en meester is in het gezin en de oudste het natuurlijke dorp- of stamhoofd, wiens gezag als zoodanig door groot en klein geëerbiedigd en door den Keizer met zijne ambtenaren erkend wordt en ontzien; cen volk eindelijk, voor hetwelk elke Mandarijn (althans in theorie) een vader voor zijne onderhoorigen is en zelfs de Keizer, die groote patriarch, de vader en de moeder heet te wezen van het Rijk – zulk een volk moet wel den eerbied voor al wat ouder is en hooger staat op de hiërarchische ladder der familie hul

« PreviousContinue »